top of page
Zoeken

Nemen we huisdieren om een emotioneel gemis op te vullen?

6 dagen geleden
6 minuten om te lezen

Een hond die ons aan de deur begroet. Een kat die naast ons komt liggen. Een levende aanwezigheid in een huis dat plots erg stil is geworden.

Ja, soms verwelkomen we een dier omdat we behoefte hebben aan gezelschap, genegenheid of troost. Daar is niets beschamends aan. De band die we met een dier opbouwen, kan diep en waardevol zijn.

De vraag is dus niet of een dier ons iets geeft. Natuurlijk doet het dat.

De vraag is:

"hoeveel ruimte krijgt het dier zelf binnen die relatie?"





Natalia: ruimte geven om te kiezen

Natalia was bang om benaderd of aangeraakt te worden. In het asiel had ze geleidelijk geleerd om aaien te aanvaarden. Daarna wilden haar adoptanten het contact forceren. Hoe meer ze aandrongen, hoe meer Natalia zich terugtrok en hoe banger ze werd.

Sinds ze op 11 september bij mij is aangekomen, zijn we opnieuw begonnen, in kleine stappen. Ik benader haar niet van bovenaf, ik zet haar niet klem en ik raak haar niet zomaar aan omdat ze toevallig dicht bij me staat. Na een kort contact stop ik en kijk ik wat ze doet: komt ze terug voor meer? Dan kunnen we verdergaan. Zo niet, dan geef ik haar ruimte.

Vandaag kan ik haar over haar hele lichaam aaien. Ze komt vragen om kriebeltjes achter haar oren of bij haar achterwerk en geniet ook van strelingen over haar rug.

Natalia’s verhaal betekent niet dat elke hond uiteindelijk graag geaaid zal worden. Het laat zien hoe belangrijk de manier waarop we contact aanbieden is. Geduld betekent niet wachten tot een hond zich erbij neerlegt. Het betekent hem telkens opnieuw laten merken dat hij mag kiezen.

Liefhebben zonder te verwachten dat een dier ons herstelt

Een dier kan ons enorm veel troost bieden. Daar mogen we dankbaar voor zijn, zonder het verantwoordelijk te maken voor onze eenzaamheid, ons verdriet of onze pijn.

Ook wij hebben andere steun nodig: mensen om ons heen, activiteiten die ons goeddoen en soms professionele hulp. Wanneer we zorg dragen voor ons eigen emotionele leven, wordt het gemakkelijker om het dier te verwelkomen zoals het is, in plaats van te verwachten dat het alles voor ons is.

Nemen we soms een dier om een emotioneel gemis op te vullen? Ja, waarschijnlijk wel. Dat is geen fout die we moeten bekennen. Het is een uitnodiging om aandacht te hebben voor wat wij van een dier verwachten — én voor wat het dier ons laat zien.

Misschien is de mooiste band niet die waarin een dier aan al onze verwachtingen voldoet, maar die waarin het geliefd mag zijn zonder zichzelf te moeten verliezen.


Een relatie tussen twee individuen

We delen gewoontes, spel en rustige momenten met onze dieren. Ze kunnen ons helpen om een moeilijke periode door te komen. Maar ze hebben ook hun eigen wensen, grenzen, behoeften en manieren om te communiceren.

Een hond kan graag bij ons zijn en tegelijk ongestoord willen slapen. Hij kan sterk aan ons gehecht zijn en toch op eigen tempo willen rondkijken en snuffelen. Hij kan dicht bij ons komen liggen zonder aangeraakt te willen worden.

Van een dier houden betekent ook aanvaarden dat het niet altijd beantwoordt aan het beeld dat wij vooraf hadden.



Wanneer onze verwachtingen te veel ruimte innemen

Dat verschil tussen onze verwachtingen en zijn behoeften ontstaat soms ongemerkt. Wij willen knuffelen en nemen onze hond vast, zonder te zien dat zijn lichaam verstijft. We willen dat hij onze vrienden begroet, terwijl hij juist een rustige plek zoekt. We dromen van een hond die altijd dicht bij ons blijft en ervaren zijn behoefte aan afstand als afwijzing.

Vaak doen we dit uit genegenheid. Maar als we alles bekijken vanuit onze eigen behoefte aan affectie, kunnen we missen wat het dier ons probeert te vertellen.

Een hond die zijn hoofd wegdraait tijdens het aaien, is niet ‘ondankbaar’. Een kat die van onze schoot springt, houdt daarom niet minder van ons. Op dat moment geven ze een voorkeur of een grens aan.


Wat de adopties tijdens corona ons lieten zien

Tijdens de lockdowns hadden veel mensen behoefte aan gezelschap. Een dier verwelkomen kon vreugde en troost brengen in een periode van afzondering. Voor veel gezinnen was het het begin van een mooie band.

Voor andere gezinnen werd pas bij de terugkeer naar een gewoner leven duidelijk dat het dagelijks leven met een dier anders was dan ze zich hadden voorgesteld. Een hond die kwam wonen toen iedereen thuis was, kreeg later misschien te maken met lange periodes alleen. Sommige honden hadden weinig kansen gehad om geleidelijk andere plekken, mensen of momenten zonder hun gezin te leren kennen.

Het zou onrechtvaardig zijn om de moeilijkheden en afstandsbeslissingen die daarop volgden zomaar toe te schrijven aan ‘egoïstische’ adopties. Elke situatie heeft haar eigen verhaal. Die periode nodigt ons wel uit om vóór een adoptie iets te vragen:

"is er plaats voor dit dier in mijn leven van vandaag, én in het leven dat ik zal hebben wanneer mijn omstandigheden veranderen?"

Een dier kan ons door een moeilijke periode helpen. Het verdient dat we ook nadenken over wat daarna komt.


‘Het is mijn schatje’… maar hoe gaat het met hem?

In mijn coaching ontmoet ik mensen die oprecht van hun hond houden. Ze maken zich zorgen en willen het goed doen. Toch herkennen ze niet altijd dat hun hond het moeilijk heeft. Een hond die blaft, verstijft, situaties vermijdt of niet tot rust komt, wordt soms gezien als ‘koppig’, ‘beschermend’ of ‘nu eenmaal zo’.

Tijdens opvolgafspraken hoor ik soms: ‘Ik heb geen tijd gehad om het trainingsplan te lezen’ of ‘Ik heb geen tijd gehad om de oefeningen te doen.’

Ik weet hoe vol dagen kunnen zijn. Zulke woorden bewijzen geen gebrek aan liefde. Ze tonen wel dat er een verschil kan zijn tussen willen dat het beter gaat met de hond en tijd kunnen vrijmaken om hem daarbij te helpen. De begeleiding gebeurt niet alleen tijdens onze afspraak. Ze krijgt vorm in kleine stappen, telkens opnieuw, in het dagelijks leven.

Als een plan te zwaar aanvoelt, kunnen we het vereenvoudigen. Eén haalbare kleine stap is waardevoller dan een lange lijst die in een lade blijft liggen.

De vraag wordt dan: wat kan ik deze week concreet veranderen om mijn hond te helpen?


Wij tonen graag genegenheid door aanraking. Maar wat vindt hij daarvan?

Voor veel mensen is aanraking een vanzelfsprekende manier om genegenheid te tonen. We omhelzen iemand, leggen een hand op een schouder of strelen degene van wie we houden. Het is begrijpelijk dat we dat ook bij onze hond willen doen.

Maar lichamelijk contact heeft voor hem niet noodzakelijk dezelfde betekenis. Sommige honden kruipen graag tegen ons aan en zoeken aaien op. Andere houden alleen op bepaalde momenten van kort contact. En sommige honden zijn graag dichtbij, zonder aangeraakt te worden.

Wij willen onze hond misschien aaien wanneer hij langs ons loopt. Hij kan gewoon onderweg zijn naar zijn mand.

Laten we hem daarom even observeren voordat we onze hand uitsteken. Komt hij zelf dichterbij? Ziet zijn lichaam er ontspannen uit? Als we stoppen met aaien, zoekt hij dan opnieuw contact of loopt hij weg?

Soms moeten we aanvaarden dat onze hond misschien nooit een knuffelhond wordt. Dat kan teleurstellend zijn als we hadden gedroomd van een hond die zich tegen ons aan zou nestelen. Dat gevoel mag er zijn. Maar we kunnen hem niet vragen om van aanraking te gaan houden zodat wij ons gerustgesteld voelen.

En soms heeft een hond vooral veel tijd nodig.


Natalia: ruimte geven om te kiezen

Natalia was bang om benaderd of aangeraakt te worden. In het asiel had ze geleidelijk geleerd om aaien te aanvaarden. Daarna wilden haar adoptanten het contact forceren. Hoe meer ze aandrongen, hoe meer Natalia zich terugtrok en hoe banger ze werd.

Sinds ze op 11 september bij mij is aangekomen, zijn we opnieuw begonnen, in kleine stappen. Ik benader haar niet van bovenaf, ik zet haar niet klem en ik raak haar niet zomaar aan omdat ze toevallig dicht bij me staat. Na een kort contact stop ik en kijk ik wat ze doet: komt ze terug voor meer? Dan kunnen we verdergaan. Zo niet, dan geef ik haar ruimte.

Vandaag kan ik haar over haar hele lichaam aaien. Ze komt vragen om kriebeltjes achter haar oren of bij haar achterwerk en geniet ook van strelingen over haar rug.

Natalia’s verhaal betekent niet dat elke hond uiteindelijk graag geaaid zal worden. Het laat zien hoe belangrijk de manier waarop we contact aanbieden is.

Geduld betekent niet wachten tot een hond zich erbij neerlegt. Het betekent hem telkens opnieuw laten merken dat hij mag kiezen.


Liefhebben zonder te verwachten dat een dier ons herstelt

Een dier kan ons enorm veel troost bieden. Daar mogen we dankbaar voor zijn, zonder het verantwoordelijk te maken voor onze eenzaamheid, ons verdriet of onze pijn.

Ook wij hebben andere steun nodig: mensen om ons heen, activiteiten die ons goeddoen en soms professionele hulp. Wanneer we zorg dragen voor ons eigen emotionele leven, wordt het gemakkelijker om het dier te verwelkomen zoals het is, in plaats van te verwachten dat het alles voor ons is.

Nemen we soms een dier om een emotioneel gemis op te vullen? Ja, waarschijnlijk wel. Dat is geen fout die we moeten bekennen. Het is een uitnodiging om aandacht te hebben voor wat wij van een dier verwachten — én voor wat het dier ons laat zien.

Misschien is de mooiste band niet die waarin een dier aan al onze verwachtingen voldoet, maar die waarin het geliefd mag zijn zonder zichzelf te moeten verliezen. 


 
 
 

Opmerkingen


© Sit Happens Coaching - Alle rechten voorbehouden

bottom of page